Averechts : kosmische komedie
Details
110 p.
Besprekingen
De Morgen
Schrijven tot de laatste snik. Voor Walter van den Broeck (1941-2024) ging het devies alleszins op. "Schrijven is iets wat deel uitmaakt van mijn levensfuncties. Geen inspiratie hebben is iets wat ik niet begrijp. Je gaat toch gewoon zitten en je schrijft?", zo oreerde Walter van den Broeck ooit in De Morgen. Zelf vond hij zichzelf buiten zijn schrijfkamer "redelijk ongenietbaar". Toen hij begin februari 2024 op zijn 82ste overleed - toch ietwat onverwacht - leek zijn dertigste boek De lastige liefde (over zijn in Mexico gevestigde broer Jules) wel degelijk zijn laatste. Genoeg gegraven in de onuitputtelijke familieverhalen en -kronieken.
Vergeten is Walter van den Broeck alleszins niet. In De Warande te Turnhout loopt sinds half september een expo over leven en engagement van deze 'literaire Tijl Uilenspiegel' (zoals Jeroen Brouwers hem ooit noemde). Momenteel maakt ook de heropvoering van Groenten uit Balen, zijn iconische toneelstuk over de staking bij Vieille Montagne, een uitstekende beurt.
Maar kijk, op zijn bureau lag warempel nog een manuscript te sluimeren, dat hij - bijna in het geheim - de laatste maanden van zijn leven had neergepend. Onafgewerkt, dát wel. Een verzameling fragmenten en taferelen die opfrissing behoefden. Viel hier een postuum boek uit te distilleren?
Volgens de ijverige familie van Van den Broeck wel. "Het was duidelijk waar het boek naartoe wilde, maar de scènes waren los en soms moest ik kleine aanpassingen doen om alles logisch te laten aansluiten", getuigde zoon Stefan van den Broeck op RTV Televisie. Of het dan nog een echte Walter-roman is? "Het verhaal zoals het nu is blijft volledig van zijn hand", verzekerde hij.
Aardbeving
Op de achterflap prijkt trots: 'De magistrale laatste roman van Walter van den Broeck.' En het dient gezegd: Averechts is voorzien van een fraaie cover - van Jirka De Preter - die de leesappetijt aanscherpt. Maar of deze uit de hand gelopen novelle echt een onontbeerlijke schakel (laat staan een orgelpunt) is in het rijkgevulde oeuvre van 'de stambewaarder'? Soyons sérieux.
Averechts - zoals zoveel licht dystopische romans op de rails gezet in coronatijden - sluit aan bij zijn schalksere epistels. Alsof Van den Broeck nog ultiem de samenleving op de slof wilde nemen. Hier poogt hij spijkers met koppen te slaan over actuele (en zelfs kosmische) vraagstukken én balt hij de vuist tegen aftakeling. Toch wordt er van de lezer behoorlijk veel coulantie gevraagd met van de pot gerukte, redelijk oudbakken vondsten. In welk tijdvak of nabije toekomst speelt het boek? Ook dat komen we niet echt te weten, zijn universum is té summier geschetst.
Dat Van den Broeck Averechts een filosofische, satirische dimensie wilde meegeven, is overduidelijk. We volgen hoofdrolspeler Viktor, een IT'er bij het Meteorologisch en Seismografisch Instituut, gehuwd met de twee jaar jongere Sandra. Zij heeft de ambitie een heuse roman te schrijven, maar zorgt vaak voor hun 'crèchedochtertje' Mietje. Bijna dagelijks moet Viktor, op de trein naar zijn werk, de boude theorieën aanhoren van collega Omer Balfoort, seismoloog met dikke brillenglazen. Die houdt er wel erg onorthodoxe premissen over de klimaatopwarming op na.
De bevolking kreunt immers onder een aanhoudende hittegolf, bij nacht is er teisterend lawaai van overvliegende luchttuigen én iedereen kampt met toenemende bronstigheid. Wenkt de apocalyps? Maar volgens Omer is de klimaatopwarming niet te wijten aan 'het gemors van de mens met de ruimte' maar met 'onze plaats in het heelal', kortom, met de stand van de ronddraaiende planeten die langzaam verschuift. Met zichtbaar genoegen husselt Van den Broeck zelfs met theorieën over de oerknal.
Wanneer er plotsklaps een globale aardbeving plaatsvindt (5.3 op de schaal van Richter) en de aarde enkele seconden compleet is gestopt met roteren, draait de tijd om. Gevolg: de mens krimpt én verjongt meteen ook, terwijl de gebouwen afschrikwekkend hoge dimensies aannemen. Een regressie van het mensdom naar de puberteit volgt, met alle hyperseksualiteit van dien, ieder koppel wordt 'geil als de neten'. De averechts draaiende aarde is een feit. Maar die biedt ook kansen: 'Als de mens kleiner wordt, wordt de aarde groter en beter'. En zijn de behoeften ook niet meteen minder?
Verwarring
Van den Broeck - die duidelijk inspiratie putte uit Martin Amis' Time's Arrow en de film The Curious Case of Benjamin Button - laat zijn verhaal over 'omgekeerd leven' gezapig ontsporen. Schijnzwangerschappen, vermagerende mensen, lijken die maar niet willen ontbinden en na vijftien jaar in de grond toch weer op de snijtafel tot leven komen: het kan niet op.
Speelt Van den Broeck ook met de verlangde terugkeer naar de moederschoot? De fantasie slaat deerlijk op hol, alsof je in een mild absurde comic strip terechtkomt, eerder dan in een volwaardige roman. Averechts serveert beslist enkele lachsalvo's en originele piekerstof, maar overtuigt niet. Het is vaak van dik hout planken zagen. Ook het slotakkoord zaait verwarring.
Het probleem met Averechts is dat het allemaal hoogst schematisch blijft. Het was de door de dood ingehaalde auteur niet gegund het broodnodige vijlwerk te verrichten. Of hoe een postume uitgave alsnog te prematuur kan zijn. Averechts blijft daarmee slechts een curiosum voor de harde kern Van den Broeck-liefhebbers.